Discriminatory policing

swipe it forward

Last Tuesday, I took part in the second Swipe It Forward protest action, organized by Bob Gangi and others of PROP (Police Reform Organizing Project), together with fellow activists, to protest harmful and discriminatory policing.

In 2015, the NYPD made 29,198 arrest – 92 percent involving people of colour – for ‘theft of services’ or ‘farebeating’. In simple words: people did not pay for a ticket to use the subway but jumped the turnstile instead or asked fellow passengers for a swipe (‘begging’). People also get fined or arrested for ‘obstructing the entrance’ while asking for a swipe.

“Isn’t that against the rules, to jump the turnstile?”, a woman asked me, while I was handing out fliers with information about the protest at the Crown Heights-Utica Avenue station in Brooklyn. Well, yes, in principle everybody should pay for a ride. But should people get arrested for not paying 2.75 dollar, and spend a day in jail and miss work or school? And if people cannot afford to pay for transport, how will they be able to pay the fine (100 dollar or more) and fees?

Continue reading

Against socioeconomic marginality as a risk factor – 2

risk (flickr birdmanphotos)

In the previous blog post I discussed several arguments put forward by legal scholar Sonja Starr against including socioeconomic factors such as unemployment, low or lack of education, and homelessness in risk assessment instruments used for informing sentencing decisions.

Here is another argument, put forward by legal scholar Michael Tonry in an article titled ‘Legal and Ethical Issues in the Prediction of Recidivism’:

Tonry reiterates widely supported normative and ethical rules such as ‘don’t treat people differently based on the basis of social class’, that are ‘largely incompatible’ with sorting people into risk categories. Tonry describes how, in the US, in the 1970s federal parole guidelines initially allowed variables such as employment, education, residential status and family characteristics, but that these factors were gradually abandoned because ‘they are heavily correlated with race’. The 1991 parole guidelines do not include education, employment or family characteristics.

Continue reading

Pardon for productive members of society

barrier (hawksanddoves flickr)

The governor of New York, Mr. Cuomo, last month announced a pardon for thousands of people who were convicted of nonviolent crimes when they were 16 or 17 years old, but have in ten or more years thereafter not been convicted for other crimes. The pardon aims to remove the barriers that people who are convicted face to get a job. People would still answer ‘yes’ to the question about past conviction on application forms, but can show documentation that they have a pardon for that offence.

It is a ‘step forward for juvenile offenders’, indeed, as the New York Times’ editorial stated: ‘The plan is welcome news to those who have been shut out of jobs and otherwise marginalized because of minor offenses committed when they were still young.’

However, it could be far more helpful for those who have been unable to get jobs, if the pardon did not require that people prove they are ‘productive members of society’ already. To be eligible,

Continue reading

Afschaffen eigen bijdrage detentie: flauwe bocht in de goede richting

 

au_palais_d27injustice_28pc3a8re_peinard29

* You can read this post in English here: Letting offenders pay, part 2

De regering besloot onlangs het voorstel voor een eigen bijdrage aan de kosten van detentie, te betalen door gedetineerden, te schrappen. Dat is goed nieuws, niet per se omdat het een slecht idee is dat mensen verantwoordelijk worden gehouden voor hun criminele daden, maar wel om verschillende andere redenen, waaronder het feit dat zo’n eigen bijdrage mensen met een laag inkomen harder raakt dan mensen met een hoog inkomen. Anders gezegd: het verplichten tot een eigen financiële bijdrage zal leiden tot klassenjustitie, omdat mensen met een laag inkomen in feite een extra straf wordt opgelegd, terwijl mensen met een hoger of hoog inkomen het bedrag zonder al te grote consequenties zullen kunnen betalen.

Gevolgen voor sociale positie

Continue reading

Nieuwe publicatie: ongelijkheid en het strafrecht

OKeefes Firehouse Pub (David Cornwell flickr) cropped

In het tijdschrift PROCES is een artikel van mijn hand gepubliceerd, getiteld ‘Sociaaleconomische ongelijkheid en het strafrecht: aanzet tot discussie’ (voor abonnees hier, anders hier de pdf). Hieronder is de inleiding te lezen.

Inleiding

In een recente strafzaak tegen een ‘voorheen prominente’ ondernemer erkende het gerechtshof ‘de maatschappelijke val die de verdachte heeft meegemaakt’: dat de ondernemer ‘diep is gevallen’ en ‘niet meer op de door hem gewenste manier in zijn levensonderhoud kan voorzien’, zag het hof als ‘een straf op zich’ [uitspraak hier; betreft het Havenschandaal]. Hoewel deze overweging misschien uitzonderlijk is, is het niet uitzonderlijk dat de rechter rekening houdt met de sociaaleconomische status van verdachten. Zo zijn rechters, in de woorden van de Raad voor de rechtspraak (RvdR), ‘eerder geneigd om mensen met werk een taakstraf op te leggen omdat gevangenisstraf vaak het einde van een baan betekent’. Ook hier kan meespelen dat het verlies van een baan een ‘straf op zich’ is. Daarnaast wordt werk doorgaans als ‘beschermende factor’ gezien. De hier geciteerde uitspraak van de RvdR is een reactie op een in opdracht van de raad uitgevoerd onderzoek door de Universiteit Leiden naar verschillen in straftoemeting op basis van etnische afkomst van daders. Verschillen op basis van etnische afkomst zijn reden tot zorg en vragen om onderzoek naar achterliggende oorzaken, terwijl verschillen op basis van werkstatus niet problematisch zijn, zo lijkt de RvdR te suggereren. [zie ook deze blogpost.]

Toch zou het goed zijn om hierover wel vragen te stellen. De afweging van de rechter om rekening te houden met een baan van de verdachte kan op zich te rechtvaardigen zijn. Maar meer algemeen roept het de vraag op in hoeverre de sociaaleconomische status van daders mag en moet meespelen in strafrechtelijke beslissingen. Leidt dat niet tot klassenjustitie? Een ‘maatschappelijke val’ is bijvoorbeeld exclusief voorbehouden aan prominente verdachten, wat betekent dat alleen zogeheten witteboordencriminelen kunnen profiteren van deze grond voor strafverlaging. Is het met oog op de hoge werkloosheid in de laatste jaren daders eigenlijk wel aan te rekenen dat ze geen werk hebben? In hoeverre is een (kennelijke) acceptatie van verschillen in straftoemeting op basis van werkstatus en maatschappelijke positie een reflectie van groeiende sociale ongelijkheden in onze samenleving? Het is hoog tijd, zo zal ik betogen, voor een hernieuwde discussie over de rol van sociaaleconomische status van verdachten en daders in strafrechtelijke beslissingen en mogelijke structurele bevoordeling en benadeling van sociale groepen in het strafrecht.

Lees hier het hele artikel: voor abonnees hier, anders hier de pdf.

image: O’Keefe’s Firehouse Pub (modified/cropped) by David Cornwell on Flickr