Van RISc naar RICH: risicotaxatie voor witteboordencriminelen

madoff (flickr oso_remote)

Als een verdachte voor de rechter komt, kan een risicotaxatie worden uitgevoerd om het recidiverisico in te schatten. In Nederland wordt daarvoor het instrument ‘RISc’ gebruikt. De RISc meet verschillende factoren, waaronder de sociaaleconomische situatie van de verdachte. Het idee is dat mensen die slecht scoren op het gebied van wonen, werk, inkomen en opleiding een groter risico hebben om weer criminaliteit te plegen. De reclassering spreekt niet voor niets over de ‘3 W’s’ – wonen, werk, wijf (correcter: wederhelft) als het gaat om resocialisering.

Bernie Madoff

Maar wat als we zo’n risicotaxatie-instrument bij een dader als Bernie Madoff zouden afnemen? Madoff zit een straf uit van 150 jaar in een Amerikaanse gevangenis wegens beleggingsfraude. Madoff stond aan het hoofd van een legitieme beleggingsfirma, maar lichtte via een Ponzischema ook gedurende bijna drie decennia zijn klanten op voor het duizelingwekkende totaalbedrag van 65 miljard dollar.

Op de schalen van de RISc die de sociaaleconomische status meten zou Madoff gunstig scoren: hij heeft een bachelordiploma, een stabiele en zeer succesvolle werkhistorie, en dito inkomen (los van het geld dat hij binnenhaalde via de Ponzi-fraude), en heeft een dak boven zijn hoofd. Madoff genoot een uitstekende reputatie als lid van de New Yorkse high society en vanwege zijn filantropie. Bovendien was Madoff ‘meester in het wekken van sympathie en vertrouwen’, wat ook weleens een gunstige invloed zou kunnen hebben op de taxatie. Niets marginale status of kansarmoede; Madoff is een witteboordendader. Kortom, ik acht het aannemelijk dat Bernie Madoff niet zou worden geclassificeerd als ‘hoog risico’.

Sociaaleconomische bias

De sociaaleconomische bias in risicotaxatie zou kunnen leiden tot klassenjustitie – of, neutraler gezegd, selectiviteit op basis van sociaaleconomische status. Als we alle daders langs dezelfde meetlat van de RISc leggen, dan komen daders met een respectabele maatschappelijke status daar per definitie beter uit – wat vervolgens kan leiden tot een lagere straf. Andersom scoren veroordeelden die dakloos, werkloos en laag opgeleid zijn per definitie slechter (waarmee ook een etnische bias wordt geïntroduceerd, omdat veroordeelden met een niet-Nederlandse achtergrond vaker dakloos, werkloos en laag opgeleid zijn).

Klasse-sensitieve risicotaxatie zou een oplossing kunnen zijn. Immers, we weten ook dat de risicofactoren voor witteboordendaders anders zijn dan de risicofactoren voor straatcriminelen. De standaard risicotaxatie-instrumenten, zoals de RISc, gaan bijvoorbeeld uit van ‘criminogenic needs’: mensen plegen criminaliteit omdat ze bepaalde behoeften vervullen. Witteboordendaders worden niet gedreven door needs maar door greed: hebzucht.

Van RISc naar RICH

Daarom introduceer ik hier een nieuw risicotaxatie-instrument voor witteboordendaders: de RICH. Zoals de RISc een acroniem is (Recidive InschattingsSchalen), is ook RICH dat: Recidive Inschattingsschalen voor Criminaliteit vanwege Hebzucht.

Bovenstaande tabel geeft een indicatie van de 12 schalen van de RICH. Net als de RISc bestaat elke schaal uit enkele items. Om een voorbeeld te geven: delict en delictpatroon zijn voor alle typen daders van belang, maar voor witteboordendaders is kenmerkend dat zij vaak geen eerdere strafrechtelijke veroordelingen hebben – mogelijk wel bestuursrechtelijke sancties hebben gekregen – en dat hun delict een lange duur heeft. Bij de schaal over relaties is het bij ‘straatcriminelen’ van belang te letten op sociaal isolement, terwijl bij witteboordendaders juist gelet moet worden op een groot netwerk en veel sociaal kapitaal. Voor straatcriminelen is een negatief zelfbeeld een risico, voor witteboordendaders juist overmoed en arrogantie. In de tabel kun je zien dat bijna elke schaal moet worden aangepast, en dat sommige risicofactoren voor witteboordendaders tegenovergesteld zijn aan die voor straatcriminelen.

In een hoofdstuk dat ik schreef voor het liber amicorum voor emeritus hoogleraar Henk van de Bunt, die onder andere schreef over witteboordencriminaliteit en Bernie Madoff, kun je meer lezen over de RICH en het probleem van risicotaxatie (pdf hier).

Image: ‘8_madoffs_bilking’ on Flickr (cc)

Discriminatory policing

swipe it forward

Last Tuesday, I took part in the second Swipe It Forward protest action, organized by Bob Gangi and others of PROP (Police Reform Organizing Project), together with fellow activists, to protest harmful and discriminatory policing.

In 2015, the NYPD made 29,198 arrest – 92 percent involving people of colour – for ‘theft of services’ or ‘farebeating’. In simple words: people did not pay for a ticket to use the subway but jumped the turnstile instead or asked fellow passengers for a swipe (‘begging’). People also get fined or arrested for ‘obstructing the entrance’ while asking for a swipe.

“Isn’t that against the rules, to jump the turnstile?”, a woman asked me, while I was handing out fliers with information about the protest at the Crown Heights-Utica Avenue station in Brooklyn. Well, yes, in principle everybody should pay for a ride. But should people get arrested for not paying 2.75 dollar, and spend a day in jail and miss work or school? And if people cannot afford to pay for transport, how will they be able to pay the fine (100 dollar or more) and fees?

Continue reading

Against socioeconomic marginality as a risk factor – 2

risk (flickr birdmanphotos)

In the previous blog post I discussed several arguments put forward by legal scholar Sonja Starr against including socioeconomic factors such as unemployment, low or lack of education, and homelessness in risk assessment instruments used for informing sentencing decisions.

Here is another argument, put forward by legal scholar Michael Tonry in an article titled ‘Legal and Ethical Issues in the Prediction of Recidivism’:

Tonry reiterates widely supported normative and ethical rules such as ‘don’t treat people differently based on the basis of social class’, that are ‘largely incompatible’ with sorting people into risk categories. Tonry describes how, in the US, in the 1970s federal parole guidelines initially allowed variables such as employment, education, residential status and family characteristics, but that these factors were gradually abandoned because ‘they are heavily correlated with race’. The 1991 parole guidelines do not include education, employment or family characteristics.

Continue reading

Pardon for productive members of society

barrier (hawksanddoves flickr)

The governor of New York, Mr. Cuomo, last month announced a pardon for thousands of people who were convicted of nonviolent crimes when they were 16 or 17 years old, but have in ten or more years thereafter not been convicted for other crimes. The pardon aims to remove the barriers that people who are convicted face to get a job. People would still answer ‘yes’ to the question about past conviction on application forms, but can show documentation that they have a pardon for that offence.

It is a ‘step forward for juvenile offenders’, indeed, as the New York Times’ editorial stated: ‘The plan is welcome news to those who have been shut out of jobs and otherwise marginalized because of minor offenses committed when they were still young.’

However, it could be far more helpful for those who have been unable to get jobs, if the pardon did not require that people prove they are ‘productive members of society’ already. To be eligible,

Continue reading

Afschaffen eigen bijdrage detentie: flauwe bocht in de goede richting

 

au_palais_d27injustice_28pc3a8re_peinard29

* You can read this post in English here: Letting offenders pay, part 2

De regering besloot onlangs het voorstel voor een eigen bijdrage aan de kosten van detentie, te betalen door gedetineerden, te schrappen. Dat is goed nieuws, niet per se omdat het een slecht idee is dat mensen verantwoordelijk worden gehouden voor hun criminele daden, maar wel om verschillende andere redenen, waaronder het feit dat zo’n eigen bijdrage mensen met een laag inkomen harder raakt dan mensen met een hoog inkomen. Anders gezegd: het verplichten tot een eigen financiële bijdrage zal leiden tot klassenjustitie, omdat mensen met een laag inkomen in feite een extra straf wordt opgelegd, terwijl mensen met een hoger of hoog inkomen het bedrag zonder al te grote consequenties zullen kunnen betalen.

Gevolgen voor sociale positie

Continue reading