Nieuwe publicatie: ongelijkheid en het strafrecht

OKeefes Firehouse Pub (David Cornwell flickr) cropped

In het tijdschrift PROCES is een artikel van mijn hand gepubliceerd, getiteld ‘Sociaaleconomische ongelijkheid en het strafrecht: aanzet tot discussie’ (voor abonnees hier, anders hier de pdf). Hieronder is de inleiding te lezen.

Inleiding

In een recente strafzaak tegen een ‘voorheen prominente’ ondernemer erkende het gerechtshof ‘de maatschappelijke val die de verdachte heeft meegemaakt’: dat de ondernemer ‘diep is gevallen’ en ‘niet meer op de door hem gewenste manier in zijn levensonderhoud kan voorzien’, zag het hof als ‘een straf op zich’ [uitspraak hier; betreft het Havenschandaal]. Hoewel deze overweging misschien uitzonderlijk is, is het niet uitzonderlijk dat de rechter rekening houdt met de sociaaleconomische status van verdachten. Zo zijn rechters, in de woorden van de Raad voor de rechtspraak (RvdR), ‘eerder geneigd om mensen met werk een taakstraf op te leggen omdat gevangenisstraf vaak het einde van een baan betekent’. Ook hier kan meespelen dat het verlies van een baan een ‘straf op zich’ is. Daarnaast wordt werk doorgaans als ‘beschermende factor’ gezien. De hier geciteerde uitspraak van de RvdR is een reactie op een in opdracht van de raad uitgevoerd onderzoek door de Universiteit Leiden naar verschillen in straftoemeting op basis van etnische afkomst van daders. Verschillen op basis van etnische afkomst zijn reden tot zorg en vragen om onderzoek naar achterliggende oorzaken, terwijl verschillen op basis van werkstatus niet problematisch zijn, zo lijkt de RvdR te suggereren. [zie ook deze blogpost.]

Toch zou het goed zijn om hierover wel vragen te stellen. De afweging van de rechter om rekening te houden met een baan van de verdachte kan op zich te rechtvaardigen zijn. Maar meer algemeen roept het de vraag op in hoeverre de sociaaleconomische status van daders mag en moet meespelen in strafrechtelijke beslissingen. Leidt dat niet tot klassenjustitie? Een ‘maatschappelijke val’ is bijvoorbeeld exclusief voorbehouden aan prominente verdachten, wat betekent dat alleen zogeheten witteboordencriminelen kunnen profiteren van deze grond voor strafverlaging. Is het met oog op de hoge werkloosheid in de laatste jaren daders eigenlijk wel aan te rekenen dat ze geen werk hebben? In hoeverre is een (kennelijke) acceptatie van verschillen in straftoemeting op basis van werkstatus en maatschappelijke positie een reflectie van groeiende sociale ongelijkheden in onze samenleving? Het is hoog tijd, zo zal ik betogen, voor een hernieuwde discussie over de rol van sociaaleconomische status van verdachten en daders in strafrechtelijke beslissingen en mogelijke structurele bevoordeling en benadeling van sociale groepen in het strafrecht.

Lees hier het hele artikel: voor abonnees hier, anders hier de pdf.

image: O’Keefe’s Firehouse Pub (modified/cropped) by David Cornwell on Flickr

 

What do you think?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s