De dodelijke combinatie van hitte en ongelijkheid

people sleeping outside heat wave (flickr minnesotahistoricalsociety)

Wat hebben hitte en ongelijkheid met elkaar te maken? Alles, volgens de Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg. Hij schreef het boek Heatwave: A Social Autopsy of Disaster in Chicago (2002) waarin hij verklaart waarom er gedurende een hittegolf in 1995 meer dan 700 mensen doodgingen. Die mensen gingen niet gewoon dood van de hitte: de hitte kon alleen maar dodelijk zijn in combinatie met specifieke sociale en fysieke omstandigheden.

Ik las het boek toen ik in 2008 als promovendus aan New York University de cursus Urban Sociology (gedoceerd door Harvey Molotch) volgde. Vast heb ik toen gedacht: waarom lees ik in het kader van stadssociologie over een hittegolf? Maar ik ontdekte dat het een heel fascinerende sociologische studie is (bovendien bekroond met meerdere prijzen). Klinenberg gebruikt de hittegolf als aanleiding om de problematiek van buurtsegregatie, ongelijkheid, onveiligheid en falend sociaal beleid te doorgronden.

Water war

Op 13 juli 1995 begon in Chicago een hittegolf die een week zou duren. De hoogst gemeten temperatuur was 41 graden, gevoelstemperatuur 52 graden. Wegen en treinrails verbogen wat leidde tot chaos en opstoppingen (niet zo gek misschien dat de NS deze week volgens een aangepaste dienstregeling rijdt). Duizenden mensen kwamen zonder stroom of water te zitten: doordat mensen massaal hun airconditioning aanzetten en de waterkranen op straat openden, werden het elektriciteitsnetwerk en de waterleidingen overbelast. (Het journaal zei dat de stad een ‘water war’ voerde: toen de politie het openen van de waterkranen dreigde te beboeten, waren er groepen jongeren die de politie met wapens en stenen bevochten voor hun water.)

Duizenden volwassenen en kinderen werden ziek en moesten worden opgenomen in het ziekenhuis, maar ziekenhuizen hadden onvoldoende plek; 23 ziekenhuizen sloten op dag 4 de deuren voor nieuwe patiënten. En ook de mortuaria konden het aantal doden niet aan. De vrijgemaakte kantoorruimte was al snel vol. Een lokaal vleesverpakkingsbedrijf bood hun aanhangwagens aan en uiteindelijk stonden er negen 14-meter lange wagens op de parkeerplaats van een mortuarium. In die week stierven 739 mensen meer dan in een gemiddelde week in juli.

Uitgestorven buurt

Wie waren die mensen en waarom hadden juist zij de hittegolf niet overleefd? Omdat vooral ouderen kwetsbaar zijn, vond Klinenberg het bijvoorbeeld vreemd dat er relatief veel meer Afrikaanse Amerikanen waren overleden, omdat die groep gemiddeld jonger is dan blanke Amerikanen. Er gingen ook relatief weinig Latino’s dood, hoe viel dat te verklaren? Veel mensen stierven in eenzaamheid, dus de overheid hield het erop dat mensen overleden omdat ze niet goed voor zichzelf zorgden. Klinenberg neemt geen genoegen met die verklaring en duikt vervolgens dieper in de (levens)verhalen van deze doden.

Hij vergelijkt in het boek twee arme buurten: de Latino buurt Little Village en de Afrikaans-Amerikaanse buurt North Lawndale. De buurten hebben een vergelijkbaar aandeel arme mensen en eenzame ouderen, maar in de Afrikaans-Amerikaanse buurt stierven tien keer zoveel mensen. Klinenberg komt tot de conclusie dat dat te maken heeft met de heel verschillende sociale en fysieke omstandigheden in die buurten. De Latino buurt is een drukke, relatief veilige buurt waar veel mensen elkaar kennen. De Afrikaans-Amerikaanse buurt is daarentegen een uitgestrekte en haast uitgestorven onveilige buurt, verlaten door zowel bedrijven en bewoners als de staat.

De dodelijkste locatie

In de ene buurt hielden mensen elkaar in de gaten, kwamen mensen nog op straat en bij elkaar om verkoeling en hulp te zoeken. In de andere buurt woonden weinig mensen en ze woonden ver uit elkaar, en de mensen die er nog woonden durfden vanwege de gewelddadige drugscriminaliteit nauwelijks de straat op en hadden ook geen voorzieningen om naartoe te gaan. In de van oudsher gemarginaliseerde buurten in het zuiden van Chicago, waaronder de zogenoemde Black Belt, stierven relatief meer mensen dan in buurten elders in de stad.

En ook als je op microniveau kijkt zijn het de ‘pockets of poverty’ waar de meeste doden vielen: in een vrij gemiddelde buurt stond een vervallen flatgebouw waar mensen goedkope eenkamerwoningen konden huren, in dat gebouw stierven zeven mensen als gevolg van de hitte, wat het gebouw de meest dodelijke locatie van de stad maakte. Veel mensen sliepen ’s nachts buiten – ook dat kan alleen in een veilige buurt waar mensen op elkaar letten.

Verwaarlozing

Dat er zoveel mensen doodgingen in North Lawndale was dus ook te wijten aan sociale ontwikkelingen en falend overheidsbeleid, concludeert Klinenberg. Het feit dat mensen in eenzaamheid doodgingen, in buurten waar verwaarlozing en verval goed functionerende sociale netweken onmogelijk maken, maakt dat Klinenberg concludeert dat de hittegolf niet alleen een natuurramp maar ook een maatschappelijke ramp was:

The death toll was the result of distinct dangers in Chicago’s social environment: an increased population of isolated seniors who live and die alone; the culture of fear that makes city dwellers reluctant to trust their neighbors or, sometimes, even leave their houses; the abandonment of neighborhoods by businesses, service providers, and most residents, leaving only the most precarious behind; and the isolation and insecurity of single room occupancy dwellings and other last-ditch low-income housing. (interview)

Chicago had zulke hoge sterftecijfers omdat het een klassiek Amerikaanse stad van extremen is: veel rijkdom maar ook diepe armoede en isolement. Door de hittegolf werden de gevaarlijke omstandigheden waarin veel mensen sowieso al leefden, maar die gewoonlijk werden (en worden) getolereerd, geaccepteerd en vergeten, zichtbaar. ‘The mortality patterns of the disaster, it was clear, reflected the inequalities of the city’s built environment’ (Klinenberg, 1999: 245). De enige manier om een ramp als deze te voorkomen, is ‘to address the isolation, poverty, and fear that are prevalent in so many American cities today’ (interview).

Photo: People sleeping outdoors during a heat wave, St. Paul, 1936 (minnesotahistoricalsociety on Flickr)

Deze boekbespreking is mede gebaseerd op de volgende bronnen:

Dying Alone. An interview with Eric Klinenberg

Political Heat. The great Chicago heat wave, and other unnatural disasters, Malcolm Gladwell, The New Yorker

What do you think?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s