Liever een flatscreen dan een koelkast

beerglass (flickr michael liu cropped)

De Rotterdamse wethouder Struijvenberg (economie en werkgelegenheid, Leefbaar Rotterdam) weigert voor Sinterklaas te spelen:

“Als iemand een koelkast nodig heeft en die niet kan betalen, dan wil ik ook echt zeker weten dat hij of zij een koelkast koopt met onze bijdrage en dus geen alcohol of een flatscreen-tv. Vrijwel al het geld is daarom gelabeld. En dus krijgt zo iemand een cadeaukaart voor de aanschaf van een koelkast.”

Laten we vooropstellen dat het mooi is dat mensen die in armoede leven in elk geval worden gesteund als zij een koelkast nodig hebben: dankzij die cadeaukaart komt die koelkast er. En als er geen eten is om de koelkast mee te vullen dan zorgt het college ervoor dat mensen eten krijgen – geen geld, want “ook hier geldt: alleen hulp in natura.” Het had erger gekund met de voorstellen. Zuur is wel dat het college eerst op andere manieren geld heeft weggehaald bij mensen die het toch al niet breed hebben. Dat zet een op het eerste gezicht bemoedigende uitspraak als “Door te leren met geld om te gaan, zijn deze mensen op de lange termijn uiteindelijk beter af” toch in een ander daglicht.

Pretty ironic

Terug naar die flatscreen-tv en de alcoholische consumpties die mensen die leven in armoede liever zouden aanschaffen, terwijl zij eigenlijk een koelkast nodig hebben. Dat blijkt een grote zorg te zijn onder mensen die zich inzetten voor de armen. Dat is nogal ironisch, zegt de voorzitter van de liefdadigheidsinstelling GiveDirectly (zij geven mensen direct geld in plaats van hulp in natura, dat schijnt te werken):

“It is pretty ironic the number of conversations I have had with development people about the poor and their drinking—over drinks.”

Juist ja, vanuit onze luie stoel met afstandsbediening in de hand – fles Shiraz uit een of andere vallei in Zuid-Australië binnen handbereik – schudden we het hoofd bij het idee dat Henk-met-de-uitkering vanavond met een paar biertjes voor zijn breedbeeld zit.

Mensen die geen eigen inkomen uit werk hebben en leven van de steun van de samenleving moeten blijkbaar voldoen aan hogere morele standaarden. Zij moeten zich verantwoordelijk gedragen wat betekent dat het geld dat zij krijgen niet besteed mag worden aan luxeproducten. Mensen die toch nieuwe schoenen kopen of zichzelf trakteren ze op een etentje buiten de deur of een schoonheidsbehandeling kunnen rekenen op onbegrip en wantrouwen: als ze zo omgaan met hun geld, verdienen ze onze hulp dan wel, maken ze geen misbruik van onze ‘sociale’ voorzieningen?

Sociologe Lisa Wade legt uit why you should shut up when poor people buy new Nikes: leven in armoede betekent een leven van ‘self-denial’. Mensen moeten zichzelf constant van alles ontzeggen: een volwassen leven (een eigen woning, je eigen servies), een comfortabel leven (een fijn matras, mooie schoenen), een leven waaraan je zelf richting geeft (inspirerend werk, vrije tijd, hobbies), een leven met kleine pleziertjes (latte’s, bloemen) and so, so many more things. Dus, stelt Wade voor, als je eens iemand ziet waarvan je denkt dat die arm is met een nieuw paar Nikes aan, misschien zie je dan iemand die voor een keer heeft besloten zichzelf iets niet te ontzeggen. Als je eens een armoedig persoon ziet die een staatslot koopt, misschien zie je dan iemand die ervoor koos even hoop te hebben. Misschien zie je gewoon een normaal persoon die iets wilde hebben.

De feiten?

Sommige mensen krijgen jeuk van morele argumenten. Wat zijn de feiten? Is er bewijs dat mensen die in armoede leven hun geld aan de verkeerde dingen uitgeven? Ik kan het niet vinden. Het CBS beschikt over cijfers over bestedingen aan genotsmiddelen maar die kunnen niet worden uitgesplitst naar inkomensgroep.

Ik vond wel cijfers van het Amerikaanse CBS die laten zien waar de rijkste en armste 20 procent hun geld aan uitgeven en hoeveel zij spenderen aan alcohol, rookwaar, persoonlijke verzorging, entertainment en kleding (in dollars). Het zegt niet veel over waar bijstandsontvangers hun geld aan besteden, maar deze vergelijking ondersteunt wel Lisa Wade’s punt dat mensen die weinig te besteden hebben zichzelf dingen moeten ontzeggen:

Armste 20 procent Rijkste 20 procent Verschil (abs)
Alcohol 168 (0,8) 917 (0,9) 546%
Rookwaar 291 (1,3) 282 (0,3) 97%
Persoonlijke verzorging 275 (1,2) 1.147 (1,2) 417%
Entertainment 1.002 (4,5) 5.133 (5,2) 512%
Kleding 724 (3,2) 3.056 (3,1) 422%

Tussen haakjes zie je welk percentage van de totale uitgaven wordt besteed aan de verschillende producten. De armste en rijkste huishoudens geven een gelijk deel uit aan alcohol, persoonlijke verzorging en kleding; de armsten geven relatief iets meer uit aan rookwaar maar minder aan entertainment [update: zie ook comments onder].

Een tijd geleden las ik over een onderzoek van de Wereldbank. Ook in arme(re) landen bestaan zorgen over het uitgavenpatroon van de armste mensen. De Wereldbank zette daarom onlangs de resultaten van 19 onderzoeken in Latijns-Amerika, Afrika en Azië op een rij en concludeerde dat er geen empirisch bewijs is voor de veelgehoorde claim van beleidsmakers dat als je mensen geld geeft zij dat geld uitgeven aan alcohol of tabak. Geld geven is een goede manier om mensen in die landen uit de armoede te halen.

Vrijheid

Ik kan zo snel geen onderzoek vinden dat de claim van de Rotterdamse wethouder ondersteunt dat veel mensen die arm zijn niet met geld kunnen omgaan. Vinden we in de praktijk een rechtvaardiging om mensen de vrijheid te ontnemen om zelf de regie over hun leven te voeren en over hun uitgaven te beslissen? Let wel: niet alleen de vrijheid van een kleine groep mensen waarvan inderdaad gebleken is dat ze baat zouden hebben bij een cursus financieel management, maar van alle bijstandsontvangers.

Een ongewenst neveneffect van hulp in natura lijkt mij ook dat mensen die een beroep doen op bijstand zo nooit kunnen ‘bewijzen’ dat zij wel verantwoordelijk kunnen omgaan met geld. Dat maakt het vervolgens weer gemakkelijker om het stereotiep beeld in stand te houden van de uitkeringstrekker die zijn – ons! – geld besteedt aan bier en een nieuwe flatscreen-tv terwijl hij eigenlijk een koelkast moet kopen.

Photo by Michael Liu (Flickr)

5 thoughts on “Liever een flatscreen dan een koelkast

  1. Goed punt, mooi omschreven.

    Kleine vraag t.a.v. de tabel uitgave 20% armste en rijkste gedeelte populate; is er ook een gecorrigeerde/relatieve berekening van het verschil, m.a.w. een correctie naar inkomensverschillen tussen de 2 groepen?

    Mvg

    • Dank je. De cijfers komen uit dit document: http://www.bls.gov/cex/csxann13.pdf. Op basis hiervan is ook te corrigeren voor inkomen, hoewel ik denk dat je beter kunt corrigeren voor de totale uitgaven. De armste 20 procent gaf in 2013 gemiddeld 22.393 dollar uit, de rijkste 20 procent gemiddeld 99.237 dollar.
      Arme en rijke huishoudens besteden een gelijk deel aan alcohol (0,9 procent), persoonlijke verzorging (1,2 procent) en kleding (3,1 procent); arme huishoudens besteden meer aan rookwaar (1,3 versus 0,3 procent) en minder aan entertainment (4,5 versus 5,2 procent).
      Ik zal de tabel aanpassen, want alleen dat absolute verschil roept inderdaad vragen op. Met wel de vraag: stel dat er wel (grote) verschillen zijn in relatieve uitgaven, welke conclusies verbind je daar dan aan?
      Hoe dan ook: bedankt voor je suggestie!

  2. Dank voor de toevoeging. Met gevaar om af te dwalen van de kern (en het gevaar dat de logica ontbreekt) het volgende. De tabel is eerst een ondersteuning van Lisa Wade’s punt dat mensen die weinig te besteden hebben zichzelf dingen moeten ontzeggen, dat was uiteraard ook duidelijk geworden op basis van de inkomensverschillen (ca. $77.000). Wat de tabel nu meer duidelijk maakt is dat de huishoudens met een lager inkomen dit inkomen relatief gezien gelijk uitgeven als de mensen met een hoger inkomen (11% versus 10,7% wordt uitgegeven aan alcohol, rookwaren, entertainment, etc.). Als de wethouder dus stelt dat ‘relatief veel Rotterdammers in geldnood verkeren, simpelweg omdat zij een gat in hun hand zouden hebben’, dan – even uitgaande van de tabel – hebben de rijken dus net zo’n gat in hun hand. De mensen met een lager inkomen lijken juist prijsbewuster, zij corrigeren namelijk op alle punten naar inkomen, behalve op één aspect en laat dit nu juist iets interessants zien (?).
    Voor rookwaren besteedt de groep lagere inkomens 1,3% van hun inkomen tegenover 0,3% van de groep met hoge inkomens. Roken is een verslaving. Een roker zal dagelijks gemiddeld een gelijke hoeveelheid nodig hebben. Volgens cijfers van het CBS gemiddeld 9,4 sigaretten (niet gedifferentieerd naar inkomen). Daarbij, dit is wel een aanname, zal gemiddeld gezien het rookgedrag (in aantallen) niet wezenlijk verschillen naar inkomensgroepen. In Nederland is er maar een kleine prijsdifferentiatie in de verschillende merken rookwaren. Dit is mede het gevolg van het feit dat meer dan 73% (cijfers 2011) van de prijs bestaat uit accijns en BTW. Doordat de prijsverschillen zo klein zijn en een rookverslaving geen onderscheid maakt in aantal benodigde sigaretten tussen hoge en lage inkomensgroepen zal de maandelijkse uitgave aan rookwaren tussen de groepen nagenoeg gelijk zijn. En laat nou juist dit terug komen in de tabel; De lage inkomensgroep besteed $291 en de hoogste inkomensgroep besteedt $282. Dus daar waar die kan, niet gedreven door een verslaving, zullen de lage inkomens bewust omgaan met geld. Zij zal juist corrigeren naar inkomen.
    Er valt echter wel een kanttekening te maken bij bovenstaande. Deze hangt mede samen met jouw vraagt naar de conclusie die ik zou verbinden aan een verschil zijn in relatieve uitgaven als die er wél zou zijn. Misschien is de juiste vraag wel welke conclusie verbonden zou kunnen worden aan het feit dat er juist géén verschil in relatieve uitgaven gevonden wordt . De kanttekening is dat we niet weten wat de minimale absolute uitgaven aan primaire levensonderhoud (zorgkosten, huisvesting, eten en drinken en bijvoorbeeld ‘afvalheffing’) zijn. Hierdoor kan eigenlijk niets gezegd worden over hoe verstandig de verdeling van het inkomen over de uitgaven is. Misschien heeft iemand met een ‘€1632 bruto per maand’ wel geen 11% over om te besteden aan roken, alcohol, entertainment, etc. Had er dus niet juist een verschil gevonden moeten worden in relatieve uitgaven; zouden de mensen met een lager inkomen niet minder dan 11% (of 10,7%) moeten besteden aan de in de tabel opgesomde kostenposten.

    Ik zou in ieder geval voorstellen om de btw en accijns op rookwaren voor de groep met een lager inkomen weg te laten. In het licht van bovenstaande is dat pas echt discriminerend. (Lezen met een knipoog).

    • * Deze hangt mede samen met jouw vraag naar de conclusie die ik zou verbinden aan een verschil in relatieve uitgaven als die er wél zou zijn.

      • Ik had er inderdaad niet zo diep over nagedacht (omdat het maar een bron is, weinig nauwkeurig en Amerikaans bovendien) maar met jouw interpretatie kunnen de cijfers toch wel iets toevoegen aan de discussie – bedankt daarvoor.

        Toen ik nog eens naar de tabel keek zag ik dat ook wordt uitgesplitst naar kleinere inkomenscategorieën (p.10-11). Ik heb het nog een keer berekend voor drie categorieën (1: laagste inkomen < 5000 dollar, 2: inkomen 40-49.000, 3: inkomen 100-119.000) en de conclusie houdt dan ook stand: de percentages blijven ongeveer gelijk behalve voor rookwaar (mensen met een inkomen van 100-119.000 dollar geven daaraan gemiddeld ook zo’n 300 dollar uit).

        Inkomen zegt op zichzelf niet wat arme mensen zichzelf ontzeggen, want mensen in armoede geven volgens de tabel meer uit dan er binnenkomt terwijl rijke mensen juist minder uitgeven.
        Afgemeten aan het inkomen lijkt elke uitgave aan luxeproducten dus ‘onverstandig’ voor de laagste inkomensgroepen. Na kosten voor levensonderhoud is er weinig tot niets over (en voor de vaste lasten is soms al niet genoeg geld). Voor Nederland zullen deze cijfers overigens minder extreem zijn.

        Je kunt concluderen dat arme mensen hun geld verkeerd besteden door luxeproducten te kopen. Je kunt ook begrip opbrengen voor het feit dat ieder mens behoefte heeft aan enige luxe en ontspanning, en dan concluderen dat mensen met een minimaal inkomen niet onevenredig spenderen aan 'overbodige' producten – geen gat in de hand dus.
        Het is dan trouwens de vraag of je de uitgaven van mensen met de laagste inkomens aan kleding en persoonlijke verzorging als luxe moet zien, want als je werk zoekt of wil houden dan moet je er enigszins fatsoenlijk uitzien (zie ook kledingvoorwaarden voor bijstand). Dan blijft nog circa 6,5 procent over aan luxeproducten.

        En ja, deze cijfers pleiten ervoor accijns op tabak inkomensafhankelijk te maken, dat lijkt me bovendien niet meer dan rechtvaardig!

What do you think?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s