Wat is er tegen (etnisch) profileren?

mugshots (flickr angusmcdiarmid)

De meeste mensen (criminologen in elk geval) zijn het erover eens dat etnisch profileren door de politie niet wenselijk is. Etnisch profileren wordt gezien als discriminatie en dus onrechtvaardig. Maar wat nu als bepaalde groepen vaker criminaliteit plegen en we door risicoprofilering vaker mensen uit die groepen kunnen opsporen en oppakken? Dat willen we toch juist? Etnisch profileren mag dan gevoelig liggen, maar wat is er tegen profileren?

Daar is veel tegen, stelt de Amerikaanse rechtsgeleerde Bernard Harcourt in zijn boek Against Prediction: Punishing and Policing in an Actuarial Age (2007). De problemen die kleven aan etnisch profileren, zijn problemen van crimineel profileren meer algemeen. Hij is dan ook tegen voorspelling, profilering en risicotaxatie. Tegen de stroom in pleit Harcourt voor random (op basis van toeval) opsporing. Dat is volgens hem de enige manier om een gevangenispopulatie te krijgen die een afspiegeling is van de werkelijke criminele populatie.

Risicoprofilering in Nederland

Harcourts argumenten richten zich dus niet specifiek op etnisch profileren maar ook op bijvoorbeeld risicoprofilering door de belastingdienst om fraude op te sporen en risicotaxatie ten behoeve van beslissingen over vervroegde invrijheidsstelling van gedetineerden. Toen Harcourt zijn boek publiceerde in 2007 was risicoprofilering al normaal in het strafrecht, en sindsdien zijn talloze risicotaxatie-instrumenten ontwikkeld, ook in Nederland.

Twee voorbeelden. De reclassering maakt met behulp van het risicotaxatie-instrument RISc een inschatting van het recidiverisico (herhaald daderschap) van verdachten en veroordeelden. RISc wordt gebruikt om de rechter te adviseren over de straf en om een behandel- en toezichtplan voor veroordeelden op te stellen. De overheid gebruikt het instrument Systeem Risico Indicatie (SyRI) om te voorspellen wie mogelijk fraudeert met belastingen of toeslagen, om zo gerichter fraude te kunnen opsporen.

Harcourts argumenten tegen risicoprofilering gaan lijnrecht in tegen de trend van meer risicoprofilering. Het is de moeite waard om alle argumenten te lezen (hier vind je hoofdstuk 1 pdf). Hier bespreek ik er twee heel kort: profilering leidt uiteindelijk tot meer criminaliteit en tot hogere kosten.

Criminaliteit neemt juist toe

Profileren kan ertoe leiden dat de totale hoeveelheid criminaliteit toeneemt. Dat is afhankelijk van hoe de geprofileerden en de niet-geprofileerden reageren op de verhoogde of juist verlaagde aandacht. Hoe dat zit weten we niet, maar het volgende scenario klinkt aannemelijk. De niet-geprofileerden merken dat zij geen aandacht krijgen van politie en justitie en intensiveren hun criminele activiteiten. Nederlandse drugshandelaren kunnen met een gerust hart in de rij op Schiphol staan als de douane alleen let op buitenlanders. Bankiers kunnen er lustig op los frauderen als alle aandacht gaat naar uitkeringsontvangers.

En hoe reageren de criminelen die juist meer aandacht krijgen? Voorstanders van profilering nemen aan dat de geprofileerden worden afgeschrikt door de toegenomen aandacht. Maar wat als zij daarvoor ongevoelig zijn? Als mensen stelen vanwege gebrek aan geld of hebberigheid, dan verandert meer opsporing daar niet vanzelf iets aan. Als crimineel gedrag samenhangt met een gebrekkig moreel besef of een psychopathische stoornis, dan helpt een verhoogde pakkans niet. Als de geprofileerde groep dus niet gevoelig is voor profilering, dan daalt hun criminaliteit niet. Tel daar bij op dat de niet-geprofileerden meer criminaliteit plegen en het resultaat is dat de totale criminaliteit toeneemt.

Consequenties van verhoogde aandacht

Een ander bezwaar. Als politie, justitie, rechters en reclassering zich meer gaan richten op hoog-risicogroepen dan leidt dat tot nog grotere oververtegenwoordiging van deze groepen in de strafrechtsketen – zij komen vaker voor de rechter, worden vaker veroordeeld, komen vaker in de gevangenis en bij de reclassering. Waarom is dat een probleem? Zij zijn toch immers crimineel?

Probleem is dat met de ongelijke verdeling van straffen ook de consequenties van straffen ongelijk worden verdeeld. Mensen die tot de geprofileerde groep behoren hebben veel vaker een strafblad en komen dus moeilijker aan het werk en kunnen moeilijker hun leven op orde krijgen na hun straf. Oververtegenwoordiging draagt er ook aan bij dat we het criminele gedrag van een bepaalde groep gaan overdrijven (hoeveel mensen denken nu al dat alle Marokkaanse jongens crimineel zijn, dat alle daklozen drugsverslaafd zijn?). Ook dat leidt tot allerlei barrières op het gebied van werk, wonen en relaties – niet alleen voor de veroordeelden maar voor alle leden van de geprofileerde groep.

Het effect is een self-fulfilling prophecy: omdat ze een hoog risico vormen, maken we het bepaalde groepen heel moeilijk om een normale rol in onze samenleving te vervullen, wat vervolgens weer kan leiden tot criminaliteit of in elk geval tot niet normaal mee kunnen draaien in de samenleving, wat hun hogere risico bevestigt.

Werkloosheid als risico

Neem nu werkloosheid. Werk staat centraal bij resocialisatie – het bepaalt via RISc mede het recidiverisico – en veroordeelden met werk hebben minder kans op een gevangenisstraf (vermoedelijk omdat werk wordt gezien als beschermende factor is de rechter terughoudend om werkenden naar de gevangenis te sturen). Werkloosheid is een risicofactor – een zogenoemde ‘criminogene’ factor.

Laten we even aannemen dat dat zo is (we negeren even de werkende witteboordencriminelen die sowieso veel minder vaak voor de rechter komen, om weer andere redenen). Een werkloze veroordeelde krijgt dus te maken met meer negatieve gevolgen van zijn criminele daad, vergeleken met een werkende veroordeelde. Dat belemmert vervolgens weer zijn of haar mogelijkheden – tijdens de gevangenisstraf kan er niet gewerkt worden, dus groter gat op het CV, minder werkervaring, verlies van vaardigheden. Ik vermoed dat wij (werkgevers, collega’s, buren, ouders) ook anders aankijken tegen iemand die in de gevangenis heeft gezeten dan iemand die een taakstraf heeft gedaan, ook al hebben ze misschien hetzelfde delict gepleegd.

Er is vrijwel geen discussie over de vraag of we werkloze veroordeelden anders – nadeliger – zouden moeten behandelen dan werkende veroordeelden. Wellicht omdat onze hele samenleving ervan doordrongen is dat werk goed is en werkloosheid slecht. Toch zouden we moeten nadenken over de rol van werkloosheid bij risicoprofilering. Is het rechtvaardig? Is het effectief? Als we ervan overtuigd zijn dat werk essentieel is voor preventie en resocialisatie, zouden we dan niet alle belemmeringen voor werk moeten wegnemen?

Image by angusmcdiarmid on Flickr

What do you think?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s