Allemaal gelijk in Typisch Nederlands

pigeonholed (steve taylor flickr)

De titel van het tv-programma Typisch Nederlands is goed gekozen, maar niet omdat het ons laat zien wat nu een ‘typisch Nederlandse identiteit’ is. Vooral dat uitvergroten van botsingen tussen ‘westers’ en ‘niet-westers’ en die obsessie met moslims vind ik typisch Nederlands. ‘Vooroordelen moeten aan de kant worden gezet’? De makers van het programma doen er weinig moeite voor. Op de website wordt Ama omschreven als een ‘typisch Antilliaanse vrouw’ (we weten natuurlijk meteen wat daarmee wordt bedoeld) en Dennis is een ‘echte Hagenees’ (de andere deelnemers niet, blijkbaar).

Ook typisch Nederlands is het gebrek aan aandacht voor klassenverschillen en sociale ongelijkheid. Wie via Typisch Nederlands kennis zou maken met ons land zou denken dat we in een heel gelijke, egalitaire samenleving leven. Onder de deelnemers geen politicus, arts of bankdirecteur, ook geen dakloze, drugsverslaafde of kansarme straatcrimineel. Alsof Nederland alleen uit middenklassers bestaat.

Dat weet ik natuurlijk niet honderd procent zeker, dat is mijn inschatting. We komen weinig te weten over de sociaaleconomische status van de deelnemers, maar er zijn allerlei andere signalen. Van Nicole weten we dat ze in de ‘meest witte buurt’ van Den Haag woont en we zien haar nette kleding, spraak en dito interieur, van Dennis zien we zijn stamkroeg. Salih is een ondernemer met vastgoed, Dominique heeft een eigen kapperszaak en Fatima, de ‘progressieve moslima’, volgt een opleiding. Over Hassan hoeven we blijkbaar alleen te weten dat hij praktiserend moslim is, Tim is vooral homo met een verzorgend beroep, en Ama dus de ‘typisch Antilliaanse’.

Overigens vind ik het een interessant programma en ik begrijp dat de makers een ander doel hebben. Maar misschien mag ik een voorstel doen voor Typisch Nederland 2: zet acht mensen van verschillende sociale klassen bij elkaar, van alleenstaande moeder wiens uitkering wordt gekort omdat ze niet bij de verplichte sportles was tot mevrouw Heineken, van straatkrantverkoper tot CEO van ABN AMRO (de zoon van een kolenboer!). Ik ben wel benieuwd naar de discussies over, zeg, de kledingeisen voor bijstandsontvangers en de eed voor bankiers, over loonmatiging en bonussen, over de villasubsidie en bezuinigingen op toeslagen, rechtsbijstand en zorg, en over de vraag of iedereen in Nederland evenveel waard is.

Eten met de baas

Gezien mijn eigen obsessie met klasse kom ik bij Man bijt hond meer aan mijn trekken. In de rubriek ‘Eten met de baas’ (iedere dinsdag) maken werknemer en werkgever tijdens een ‘intiem etentje’ bij een van de twee thuis kennis met elkaar. En dat is nodig, want ‘bij veel grote bedrijven is de afstand vaak groot tussen de baas en de mensen op de werkvloer’, aldus Man bijt hond. ‘Zorgt de kloof tussen de twee voor grote vooroordelen en valt een intieme ontmoeting dan juist erg mee?’ De ontmoeting lijkt niet voor iedereen erg mee te vallen. Gelukkig voorzagen de programmamakers ongemakkelijke stiltes en kunnen de deelnemers voor gespreksstof teruggrijpen op een stapel kaarten met vragen.

De kloof tussen de bedrijfstop en de werknemers kan inderdaad enorm zijn. Een manier om die kloof te meten is om te kijken naar de verhouding tussen het hoogste salaris en het laagste salaris binnen een bedrijf. De vakbonden hanteren als uitgangspunt ‘Factor 20’: het hoogste salaris mag niet meer dan 20 maal zo hoog zijn als het laagste salaris (waarom 20 is onduidelijk). Uit onderzoek (2011) bleek dat veel grote bedrijven boven die norm zitten. Shell kwam in 2010 uit op factor 57 en TNT op factor 55. GroenLinks stelde afgelopen week voor om Factor 20 voor de financiële sector vast te leggen in wetgeving. Topbestuurders van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven ‘verdienen’ gemiddeld 51 keer het inkomen van een doorsnee werknemer – en die loonkloof is tijdens de crisis niet kleiner geworden maar juist groter.

Maar ik vermoed dat de mensen met de slechtst betaalde banen die rondlopen op de werkvloer van grote bedrijven vaak niet in dienst zijn van die bedrijven, maar extern worden ingehuurd. Denk aan schoonmakers, cateringpersoneel en beveiligers. Die loonkloof zou nog wel eens veel groter kunnen zijn.

De werkvloer, vooral van grote bedrijven, is een interessante plek om sociale ongelijkheid te observeren. Goed beschouwd is de werkvloer veel gemengder dan je misschien zou verwachten. Maar ondanks dat denk ik niet dat er veel sociale menging plaatsvindt. In de kantine en in de gangen schuifelen de grootgeldverdieners langs de minima zonder elkaar te leren kennen. Als ze elkaar al ontmoeten, want schoonmakers doen hun werk bovendien vaak buiten kantooruren.

Ik was eens hoogst verbaasd dat een van de schoonmakers op mijn universiteit had opgemerkt dat ik een tijdje afwezig was, nadat ik inderdaad een maand in het buitenland was geweest. Ik vrees dat ik het andersom niet zou merken. Met een van de vrouwen die in het restaurant werkt had ik kortstondig wat vaker een gesprek toen ik regelmatig naar het werk fietste en van de enige douche in het pand gebruikmaakte. Die douche bevond zich in haar kleedkamer, ver weg gestopt in de kelder, waar je als hooggeschoold personeelslid nooit hoeft te zijn (ik was dan ook de eerste wetenschapper die ze daar ontmoette). Nu ik niet meer naar het werk fiets (en weinig in het restaurant kom) is dat contact weer verwaterd.

Van mij mag Man bijt hond nog een stap verder gaan en etentjes organiseren met de baas en de mevrouw (meestal een mevrouw) die een paar keer per week zijn (meestal zijn) bureau afstoft en prullenbak leegt.

Photo by Steve Taylor on Flickr (‘Pigeonholed’)

What do you think?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s