Is de straf voor Ton Hooijmaijers hoog genoeg?

money laudering (flickr images_of_money)

Drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor oud-VVD-gedeputeerde Ton Hooijmaijers: moeten we hier nu blij mee zijn? Hooijmaijers is door de rechter veroordeeld voor omkoping, witwassen, valsheid in geschrifte en het aannemen van smeergeld. Lector governance Michel van Hulten zegt op de radiozender BNR dat de straf zwaar is en dat het al uitzonderlijk is dat een dergelijk hooggeplaatste politicus voor de rechter komt:

Dat is al een uitzonderlijk iets. Dat is eigenlijk tot nu toe nauwelijks voorgekomen in Nederland. En dat het bewezen wordt geacht is bijzonder. Het is heel moeilijk om corruptie en witwassen te bewijzen. En dan vervolgens nog eens een straf van drie jaar. Dat is echt niet niks hoor. Dat is een heel zware straf.

Gerechtigheid!

Uit het oogpunt van klassenjustitie (ongelijkheid naar sociaaleconomische status in het strafrecht) is de eerste reactie wellicht: Gerechtigheid! Eindelijk! In 2010 schreef hoogleraar straf- en strafprocesrecht Marc Groenhuijsen dat strafzaken tegen witteboordencriminelen weinig aandacht hebben en zeker geen prioriteit zijn voor het Openbaar Ministerie:

Als er al vervolging werd ingesteld, kwamen de verdachten goed beslagen ten ijs en ontsprongen velen van hen de dans. Diegenen die wel werden veroordeeld, kwamen er gemiddeld gesproken mild vanaf (in tijdschrift Delikt & Delinquent).

Wel signaleerde Groenhuijsen een kentering: het Openbaar Ministerie is beter gaan samenwerken met ketenpartners zoals toezichthouders (AFM, FIOD, DNB) en de aanpak van fraude is geïntensiveerd. In 2009 is een aantal witteboordencriminelen vervolgd en veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen die nog hoger zijn dan de straf van Hooijmaijers. ‘Het tij lijkt gekeerd’, stelt Groenhuijsen vast, en de straf voor Hooijmaijers lijkt dat te bevestigen.

Blij?

Groenhuijsen werpt in zijn beschouwing direct ook een prikkelende vraag op: moeten we hier nu blij mee zijn? Ten eerste, zegt hij, zijn veel criminologen en strafrechtjuristen juist kritisch over de verharding in het criminaliteitsbeleid, hoewel zij dan meestal wijzen op de harde aanpak van ‘gewone’ (en vaak kleine) criminaliteit. Hoe valt dat te rijmen met de roep om een harde aanpak als het gaat om witteboordencriminelen? Het is niet nodig, betoogt hij, om zelfs bij economische schade van grote omvang straffen op te leggen die vergelijkbaar zijn met straffen voor ernstige geweldsmisdrijven.

Anderzijds, stelt Groenhuijsen, aangezien we er nooit moeite mee hebben gehad ‘ordinaire dieven’ op te sluiten, en gezien de schade die witteboordencriminelen aanrichten (vaak veel slachtoffers, maar ook schaden zij het vertrouwen van burgers en consumenten in bestuur en economie) is het alleszins gerechtvaardigd harder – in elk geval ‘normaler’ – op te treden tegen witteboordencriminaliteit. Gevangenisstraf kan dan een passende reactie zijn. 

Schandpaal

Als we nog enigszins willen vasthouden aan het ‘oog om oog, tand om tand’ principe (dat de straf in verhouding moet staan tot het gepleegde delict), dan kunnen we ons inderdaad afvragen of vrijheidsbeneming het gepaste antwoord is op economische delicten, hoe ernstig ze ook kunnen zijn. De Britse strafrechtjurist Andrew Ashworth stelt bijvoorbeeld voor om vrijheidsstraffen alleen op te leggen voor ernstige geweldsdelicten. Boetes, compensatieregelingen en taakstraffen passen beter als het gaat om schade aan geld of goederen en slachtofferloze delicten. 

Vanuit het oogpunt van gelijkheid en rechtvaardigheid is het dus niet noodzakelijk om witteboordencriminelen zoals Hooijmaijers aan de hoogste bomen te knopen. We kunnen ook de straffen voor de ‘kleine’ criminelen naar beneden bijstellen. Zo’n voorstel past natuurlijk niet in het huidige klimaat van hard harder hardst. Maar nu meer witteboordencriminelen aan de schandpaal worden genageld, en daarna op tv klagen dat ze nu wel genoeg zijn gestraft, wordt wellicht ook beter duidelijk wat een straf doet met iemand. Dat stigma dragen ook de kleine criminelen met zich mee, met het verschil dat zij van de media geen podium krijgen om zich te verdedigen. De vraag is of die ongelijkheid – de verschillen in de nasleep en gevolgen van straffen – verdwijnt met hogere straffen voor witteboordencriminelen.

Foto: Images Money, Flickr

What do you think?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s