Schuld en boete in de participatiesamenleving

tafelvoetbalpoppetjes (flickr verbeeldingskr8)

De transitie naar een ‘participatiesamenleving’ is geen doel van beleid, aldus Mark Rutte. Is het echt vooral een ‘sociale analyse’ of toch vooral een boodschap aan mensen die niet participeren?

De Britse socioloog Mike Savage schreef onlangs over de ‘Big Society’, een vergelijkbaar concept bedacht door de Britse regering, het volgende:

[…] de zoektocht naar de ‘Big Society’ houdt niet de welvarende middenklasse in hun eigen levens bezig. Zij zijn grotendeels tevreden met een binding aan de gemeenschap die relatief vrijblijvend, vaak afgeschermd, is, en die niet gecontroleerd wordt door sterke formele organisatorische banden. De mobilisatie van het Big Society discours kenmerkt zich dan ook door een moralistische en pathologiserende toon, waar gemeenschapsbindingen gezien worden als iets dat moet worden aangemoedigd voor sommige (arme, achtergestelde, etc.) mensen terwijl de bevoorrechte middenklasse zelf op hun eigen manier hun leven mogen vormgeven (mijn vertaling, pagina 158 in het boek Class Inequality in Austerity Britain).

Kortom, de introductie van de ‘Big Society’ is vooral een boodschap aan mensen in de lagere klassen. Het is een oproep tot meer verbondenheid, verantwoordelijkheid en ‘participatie’ gericht aan de mensen die nu, in de ogen van de regering, niet voldoende meedoen of onvoldoende zelfredzaam zijn. Ondertussen wordt de middenklasse met rust gelaten, terwijl volgens Savage juist zij juist nauwelijks verbonden zijn: zij ‘participeren’ vooral in eigen kring en nauwelijks met de ‘rest’ van de samenleving.

Verantwoordelijkheid nemen

Het is in de Nederlandse participatiesamenleving volgens mij niet anders. Ruttes ‘sociale analyse’ neemt participatie als norm en roept op tot participeren. Daarmee richt de regering zich in de eerste plaats tot mensen die niet participeren. Immers, mensen die al participeren hoef je niet meer te mobiliseren of aanmoedigen (of dwingen), die doen het al. Zoals Savage zegt, de zoektocht naar participatie houdt niet die burgers bezig die zich prima redden, zij kunnen hun leven inrichten zonder dat de overheid daar allerlei voorwaarden aan stelt.

Daarmee bedoel ik niet te zeggen dat zelfredzame mensen nooit omkijken naar mensen die het niet redden. Ik bedoel te zeggen dat zelfredzame burgers de oproep naast zich neer kunnen leggen, als zij dat willen. De troonrede en Ruttes Drees-lezing roepen op tot ‘verantwoordelijkheid nemen’, vooral voor jezelf en je directe omgeving, niet noodzakelijk voor de kwetsbare medeburger.

Niet neutraal

Niet alleen is de boodschap aan een selectief publiek gericht, de boodschap is ook niet zo neutraal van toon als Rutte wil doen vermoeden. Door participatie te koppelen aan termen als ‘verantwoordelijkheid’, ‘zelfstandig’ en ‘eigen keuzes’, versterkt de regering het beeld dat mensen zonder werk en met behoefte aan steun daar zelf schuldig aan zijn wegens een gebrek aan inzet en betrokkenheid. Aanmoedigen wordt dan al snel beschuldigen. ‘Neem de verantwoordelijkheid voor je leven.’ Alsof we niet te maken hebben met structurele werkloosheid door het verdwijnen van vooral laaggeschoolde arbeid en groeiende ongelijkheid waardoor het voor de mensen met de laagste inkomens steeds moeilijker wordt om nog invulling te geven aan het leven.

Het voorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma om bijstandsontvangers te straffen als zij door hun kleding, gedrag of gebrek aan verzorging geen werk kunnen vinden past dan ook goed binnen de mantra van eigen verantwoordelijkheid in de participatiesamenleving. Immers, ‘hierbij gaat het om keuzes die de bijstandsgerechtigde ter zake maakt en waarvan de gevolgen voor zijn verantwoordelijkheid komen’ (memorie van toelichting, pagina 66).

Verdacht

Maar de strafmaatregelen verraden de eenzijdige boodschap: blijkbaar zijn de mogelijkheden om ‘eigen keuzes’ te maken voor sommigen toch beperkt. Je moet immers wel de juiste keuzes maken. Ook de verplichting voor bijstandsontvangers om een ‘tegenprestatie’ te leveren verraadt het wantrouwen jegens deze mensen en het beeld dat zij profiteurs zijn zonder veel verantwoordelijkheidsgevoel.

Waar Rutte wel een punt heeft, is dat niet alleen beleidsmakers veel waarde hechten aan ‘participatie’. Helaas zijn er veel meer mensen die met de beschuldigende vinger wijzen naar mensen zonder werk of ‘zinvolle dagbesteding’, die het verdacht vinden dat er grote groepen mensen geen ‘bijdrage leveren aan de economie’ en dan wijzen op gebrek aan motivatie, opvoeding of karakter. Als het gaat om hoe belangrijk ‘participatie’ in onze samenleving is geworden als basis voor respect, dan is de sociale analyse van Rutte glashelder.

Photo by verbeeldingskr8 on Flickr

One thought on “Schuld en boete in de participatiesamenleving

What do you think?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s